Zou je met minder kunnen?

Zou je met minder kunnen?

Zou je met minder kunnen?

Rijk en arm

Er zijn mensen die zich minimalist noemen. Zij proberen met zo min mogelijk spullen te leven. Sommigen proberen niet meer dan vijftig bezittingen te hebben. Dan heb je een klein stapeltje kleren, een paar schoenen en een tas waar het allemaal in kan. En zelfs dan proberen ze nog dingen van hun lijstje te strepen.

Kijk eens om je heen. Wat is er van jou? Open je kledingkast. Wat heb je al maanden niet meer gedragen?

Je verzamelt vanalles. De verleiding is vaak ook zo groot. Een aanbieding hier, korting daar. En soms ziet het er gewoon prachtig uit. Veel van die spullen gebruik je maar een paar keer. Af en toe koop je misschien zelfs iets wat je nóóit gebruikt. Waarom? En wat vind je daarvan?

De rijkdommen in de wereld zijn niet gelijk verdeeld. Tenminste: als je kijkt naar materiële rijkdommen. Wat jij gewoon kunt kopen, is voor miljarden (!) anderen volstrekt onbereikbaar. En als je dan meteen denkt aan Afrika, dan is het goed om je te realiseren dat ook in Nederland mensen zijn die rond moeten komen van een uitkering of een minimumloon. En sommigen hebben zelfs dat niet.

Probeer je eens voor te stellen hoe je leven eruit zou zien als je minder spullen had. Als je minder zou kopen. Heeft dat voordelen? En kun je je ook rijk voelen als je leeft als een minimalist, met maar vijftig bezittingen?

De zusters: Rijk door armoede

Net als Franciscus groeien veel Nederlanders op in ongekende welvaart. Bij een economische crisis wordt alle rijkdom weer relatief, maar echte armoede is zeldzaam geworden in de polder. De zusters streefden wel naar een leven in armoede, omdat dat Franciscus zo had verrijkt. Het bleek een lastige opgave, want alles weggeven maakte je nog niet arm. Zo kreeg een zuster die toetrad na de hongerwinter voor het eerst sinds tijden weer fatsoenlijk te eten. Drie keer per dag zelfs. Een ongekende luxe.

Echte armoede (de zusters spreken ook wel van onthechting, soberheid of eenvoud) bleek dieper te zitten. Zoals bij een zuster die vanuit haar raam de rokende schoorsteen van haar ouderlijk huis kon zien. Dat huis zou ze nooit meer betreden.

Door los te laten (arm te worden), begonnen de zusters vrijheid te ervaren. En ze kregen meer begrip voor de wereld om zich heen. En daar bleef het niet bij. De keuze voor armoede betekende ook dat hergebruik en tweedehands werden omarmd. Buitengewoon actuele thema’s in een wereld waarin de wegwerpcultuur móet worden doorbroken, als we willen dat er straks ook nog genoeg is voor iedereen.

Er zijn. Dat kun je doen
Verhaal van zuster Irmentrudis

‘Er zijn. Dat kun je doen’

Eten en brandstof waren schaars aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dus verstookten ze in het gezin van zuster Irmentrudis de deuren. “Alleen de wc-deur bleef over.” Armoede was Irmentrudis dus niet vreemd. Mede daarom had ze er bij de missie in Brazilië extra oog voor.

Dat ze naar de missie wilde, wist ze al op jonge leeftijd. Misschien zat het zelfs wel in haar genen, want haar vader en grootvader waren avontuurlijke types, zegt Irmentrudis. Toen ze als meisje les kreeg van een gitzwarte zuster uit Papoea, hing ze aan haar lippen. Tegelijkertijd had Irmentrudis geen idee waar ze aan begon. Ze wist niet hoe het leven achter de kloostermuren was en al helemaal niet wat ze van een land als Brazilië moest verwachten. Toch twijfelde ze nooit. “Je leert het onbekende pas kennen als je er in zit.”

‘Ik had daar niks’

Irmentrudis trad in, in de hoop snel naar de missie te kunnen. Maar dat liep anders. De oorlog had ervoor gezorgd dat ze al vroeg volwassen was. Dat viel op en daarom bood moeder overste haar de mogelijkheid om te studeren. Na haar studie mocht zal alsnog naar de missie.  Ze zamelde geld in bij de huizen van de congregatie. “Want ik had daar niks. Met zes grote, stalen kisten ben ik naar de boot vertrokken.”  De reis van drie weken op volle zee, maakte enorme indruk en gaven haar de tijd om aan haar Portugees te werken. Haar opdracht: een huishoudschool oprichten.

Dat er ‘niks’ was, was niet overdreven. Er waren geen materialen en er was al helemaal geen gebouw voor de school. Daar ging Irmentrudis niet op wachten. Ze begon gewoon op straat en zocht ondertussen naar manieren om te bemachtigen wat ze nodig had. “Ik deed alles om aan geld te komen.” Dus ging ze kleding verkopen die uit Nederland werd verzonden. Van de opbrengsten kocht ze schoolmaterialen. Een leegstaand gebouwtje mocht ze na enig aandringen als school inrichten. “Ik kreeg het omdat ik helemaal niks had.”

 Tegenwoordig zijn

Het plaatsje waar ze werkte, had duidelijk twee gezichten. Enerzijds waren er de relatief rijke boeren. Anderzijds was er de arme Braziliaanse bevolking die in krotten woonden. Irmetntrudis zag de armoede niet alleen, ze voelde ook wat het betekende. Door haar oorlogservaringen en haar leven zonder bezittingen in het klooster. Dus moest ze iets doen. Vrijwel zonder spullen of geld, want dat was er simpelweg niet. Irmentrudis herinnert zich dat ze bij een vrouw kwam wiens man dronken dwars op bed lag. “Hij had net zijn loon gehad. We hebben zijn benen opzij geschoven en gepraat. Er zijn. Tegenwoordig zijn. Dat kun je doen. Mensen hebben zo weinig nodig.”

 Heel bewust begon Irmentrudis bij de moeders. Ze leerden ze haken, borduren en allerlei andere dingen. “Want die vrouwen zaten de hele dag op een stoepje in de zon. Dat is toch geen leven?” Ze was erop gespitst het gedrag wat ze zag niet te veroordelen. In plaats daarvan wilde ze de vrouwen enthousiasmeren. “Je moet niet tegen mensen zijn, maar je moet ze opleiden en begeleiden.” Later verlegde ze  haar aandacht naar kinderen. “Ik heb nooit een man gehad, maar ben moeder van vijfhonderd.” Ze bracht de kinderen vaardigheden bij en bood ze een luisterend oor. Ze zag leed en probeerde er wat aan te doen. “De pech is voor de mensen die het niet zien.”

 Het gaat door

In 2000 beëindigde ze haar werk in Brazilië. Bladerend door recent genomen foto’s wijst ze twee Braziliaanse zusters aan het werk nu voortzetten. “Dat is het beste, als het doorgaat als je er niet meer bent.” Maar heimwee heeft ze wel. Naar de kinderen, de vruchtbare grond en al het moois dat er op bloeide. Ze vertrok omdat ze in Brazilië niemand ‘tot last’ wilde zijn, maar vond in Nederland weinig terug van wat ze had achtergelaten.”