Durf jij je eigen weg te gaan?

Durf jij je eigen weg te gaan?

Durf je je eigen weg te gaan?

Anders durven zijn

Er is een beroemd experiment waarin mensen in een wachtkamer zitten waar plotseling rook ontstaat. Een deel van de mensen is acteur. Als de acteurs blijven zitten, staan de andere mensen in de wachtkamer vaak ook niet op. Zelfs als er heel veel rook is, lijken ze te denken: "Alls niemand opstaat, zal het wel normaal zijn." Als de acteurs opstaan bij de minste geringste rook, loopt bijna altijd iedereen achter de acteurs de wachtkamer uit.

Mensen zijn kuddedieren. Heel vaak baseren we onze beslissingen op wat anderen doen. Daarom werkt reclame, zelfs als je gelooft dat reclame niet werkt. Is er voor de film een reclamespot van Coca Cola, dan bestellen meer mensen in de pauze Coca Cola dan wanneer er geen reclamespot is.

Of je nou wel of geen cola bestelt, dat maakt niet zo heel veel uit. Als je je er maar niet dik aan drinkt. Maar er zijn andere momenten waarop het wel uitmaakt of je doet wat iedereen doet of juist je eigen weg kiest. Ga je bijvoorbeeld op voetbal omdat je vrienden op voetbal zitten? En vind je basketbal eigenlijk leuker? En wat doe je als iedereen een dakloze die om geld vraagt voorbij loopt. Durf jij te stoppen en wel een euro te geven?

 

Je eigen weg gaan is vaak heel moeilijk. Je voelt je bekeken en omdat iedereen om je heen de andere kant op gaat, is er niemand die bevestigt dat je het goede doet. Die bevestiging moet je bij jezelf vinden. Wat zijn nog meer belemmeringen om je eigen weg te gaan?

De zusters: eigen keuzes maken

Hoe zou het op de weg zijn zonder verkeersborden en verkeersregels? En wat gebeurt er in een land zonder wetten en rechters? Soms verlangen we naar zo’n vrijstaat, bijvoorbeeld als er een boete in de bus valt voor vier kilometer per uur te hard. Pietluttig vinden we dat. En eigenlijk ook onbegrijpelijk.

Voor de zusters Franciscanessen van Oirschot golden ook strenge regels. Over hoe de vloer geboend moest worden en het afstaan van bezittingen. Een zuster wilde haar spullen best afstaan, maar was toch wel erg gehecht aan haar naaikistje, dat een cadeau was geweest van haar ouders. De congregatie was onverbiddelijk: juist dat naaikistje moest de zuster afstaan.

In de jaren ’60 en ’70 begon dit te veranderen. Was gehoorzaamheid iets wat altijd van buitenaf opgelegd moest worden of kon het ook uit je innerlijk komen? Dat was eigenlijk precies wat Franciscus ook was ‘overkomen’: hij had gehoor gegeven aan zijn innerlijke stem die hem vertelde een andere weg te volgen. De ruimte die in het klooster ontstond voor de innerlijke stem en motivatie van binnenuit, kondigde voor de zusters een nieuw tijdperk aan: “Het was alsof we werden teruggegeven aan onszelf.” 

Er is maar één mensheid
Verhaal van zuster Odulpha

‘Er is maar één mensheid’

Het lijkt vreemd. Een Franciscaanse zuster die het heeft over vechten en zichzelf een rebel noemt. Maar voor zuster Odulpha was het Franciscaanse leven wel degelijk een strijd. Het ging zus, maar in haar ogen moest het zo. “We zijn ontstaan als reactie op mensen in nood. Maar in de tijd dat ik toetrad, zagen we de noden van vandaag niet meer.”

Haar fascinatie voor mensen in nood begon in de tijd dat ze haar vader hielp in diens kapperszaak, kort na de oorlog. Daar hoorde ze veel verhalen, die volgens haar vader lang niet altijd voor haar jonge oren bestemd waren. Bovendien leerde ze thuis een belangrijke les: “Om ons brood te verdienen, zijn we afhankelijk van de gemeenschap. Je kunt dus geen verschil maken tussen mensen.” Voor Odulpha kregen die woorden steeds meer betekenis. Nu zegt ze: “We moeten ons ervan bewust zijn dat er maar één wereld is en we samen één mensheid zijn. Het maakt niet uit wie je bent, wat je gelooft of wat je hebt.”

Rand van de samenleving

De weg die Franciscus had gekozen, sloot nauw aan bij het wereldbeeld dat zich bij Odulpha vormde. Waar iedereen in de tijd van Franciscus met een ruime boog om de melaatsen (leprapatiënten) heen liep, ging hij er juist naar toe. Odulpha: “Ik wilde zijn moed om naar de melaatsen te gaan vertalen naar vandaag. Wie zijn nu de mensen aan de rand van de samenleving? Maar in de tijd dat ik intrad, werd je onderdanig gehouden. Je mocht niet jezelf zijn. Als werd gezegd dat je iets moest doen, mocht je niets terugzeggen. En alles werd je afgenomen, zelfs je identiteit; je kreeg een andere naam.”

Blijven vechten

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd Odulpha overgeplaatst naar een huis van de Franciscanessen in Wassenaar. Daar kwam ze te werken in het vakantiehuis dat de zusters daar hadden. Ze zag er haar kans schoon om iets te doen aan de noden van de moderne tijd. Verschillende sociale diensten kenden het vakantiehuis en wilden er graag cliënten onderbrengen in de periodes buiten de vakantie. “Ik vond het een goed idee om daarop in te gaan. Tussen de vakanties door stond het huis toch leeg. Maar toen mijn medezusters merkten dat de sociale dienst en een gemeente de vakanties voor deze mensen betaalden, ontstond er een probleem. ‘Je gaat toch niet op vakantie als je dat zelf niet kunt betalen’, zeiden ze. Ze snapten het niet. De situatie niet en mij niet. Ik zocht naar de melaatsen van onze tijd, maar vond de medezusters niet op mijn Franciscaanse pad.” Ze had er natuurlijk uit kunnen stappen. “Maar dan was ik nooit gelukkig geworden. Ik wilde blijven vechten.”

Weer op de rails

Toen Odulpha een pater ontmoette die begreep wat ze aan het doen was, besloten ze de strijd samen voort te zetten. Ze vertrokken naar Eindhoven en openden daar in een rijtjeshuis een maatschappelijke opvang voor dak- en thuislozen. Begin jaren ’70 was dat een nieuw fenomeen. “We hadden al gauw tien tot twaalf mensen. De nood was groot, merkten we. Dit waren de melaatsen van vandaag. Ons doel was steeds om deze mensen te helpen hun leven weer op de rails te krijgen.”

Opvang Odulpha wisselde een aantal keer van locatie, maar niet van naam. Tot op de dag van vandaag is Odulpha in Eindhoven een vertrouwd begrip. Zuster Odulpha is bescheiden. “Ik wil niet opgehemeld worden. Ik heb ergens naar gestreefd, maar je kunt nooit alles, want je bent ook maar gewoon mens.” Wat maakte dat ze dít mens wilde zijn? “Ik ben zonnig opgevoed. Opgegroeid met dankbaarheid. We hebben maar één wereld. Er is maar één mensheid. Iedereen is gelijk. Je kun jezelf niet boven een ander stellen.”